Over parkeren, verzekeringen en mezelf

Eigenlijk wilde ik vandaag onze kippen Georgette en Conchita (juist, het lief van de Sint heet zo) voorstellen. Twee prachtbeesten die ons sinds kort weer met twee eieren per 26 uur verblijden. Maar toen werd het maandag, de eerste maandag die volgens het nieuwe zomeruur verloopt… Een maandag met twee linkerhanden en opeengestapelde ergernissen. Even ventileren kan nooit kwaad. Hier volgen ze, de drie ergernissen van het moment:

  • parkeren: bij ‘den Ikea’ en bij de Carrefour zijn speciale parkeerplaatsen voor gezinnen met kinderen voorzien. Die bevinden zich in de buurt van de ingang. Handig. De reden waarom ik, moeder van 4 met inbegrip van de baby, er zo graag gebruik van maak, is de grootte van die hokjes. Het enthousiast openzwaaien van een deur gebeurt zonder blijvende schade bij een buur-voiture. Het uithalen van een baby om deze in de doek te zwieren kan zonder gewring en blauwe plekken. Niets dan voordelen dus. Op maandagmorgen 11 u 30 zijn die op een na allemaal ingenomen. In meer dan de helft van de auto’s is geen kinderzitje te bespeuren !!!
IMG_3956

De draagdoek – dat ze zwieren is niet te fotograferen …

  • Verzekeringen: niet alle verzekeringen zijn dezelfde. Er zijn best wel enkele te vinden die doen wat ze moeten doen. Zo betaalde onze omnium autoverzekering de kosten (min de voorziene franchise) om mijn zelfaangerichte deuk in onze autodeur te herstellen. Niets dan lof. De kosten van een thuisbevalling (onze jongste werd per ongeluk aan de keukentafel geboren) vindt een andere verzekering,   te hoog gegrepen. Wat voor hen eigenlijk op een bevalling met 80% korting neerkomt, valt helaas buiten hun mogelijkheden, beweren ze. Bevallen in een duur ziekenhuis met torenhoge erelonen, dat is veel beter en wordt bovendien volledig terugbetaald!
95fd5abbeba89f6155591a44388c1969

De deuk!

  • Mezelf : ik kan zo onhandig zijn. Een kleine opsomming van de voorbije 24 uur: net niet plat op de grond vallen met de baby in de armen in de wachtzaal van de dokter, een paar afritten vroeger afrijden om gemakkelijker te kunnen parkeren en in de file terechtkomen, met de ikeakar tegen mijn eigen voeten rijden, naar de Carrefour crossen om eindelijk dat vergeten WC-papier en als surplus brood te kopen om even later met WC-papier, maar zonder brood thuis te komen…
Ondertussen is het ergste leed geleden; dat laatste plekje voor gezinnen palmde ik lekker in. De Ikea inkopen pasten perfect binnen het budget. De gepeperde brief naar de verzekeringen zit in mijn hoofd. Er zat niemand in die wachtzaal die ik kende. Ondanks de file arriveerden we net op tijd. De blauwe plekken kregen een arnica-laagje. En de man kocht brood.
Met die onhandigheid valt het gelukkig nog mee. Op dit eigenste moment lig ik in mijn bed met mijn linkerhand deze blog op mijn iPhone te tokkelen. In mijn rechterarm ligt de zalige baby te ronken
En zo zie je maar, uiteindelijk wordt alles weer peis en vree …
Slaapwel!IMG_5999
Advertenties

Over het zeepsopbad

Zaterdagochtend, halfzeven. Ten huize Bak is/lijkt alles rustig. Iedereen vertoeft in dromenland. Het begin van een rustig weekend… Tot zover het ideale scenario. De realiteit ziet er minder idyllisch uit.

Zaterdagochtend, vijf uur. De man strompelt uit bed. Over een uur begint de ochtendshift. De kinderen slapen verder, oef.
Halfzeven, de zon is al eventje wakker. Het licht wekt de twee oudste kinderen. Ze sluipen naar de badkamer waar ze eensgezind beslissen om een zeepsopbad te nemen. De magische drie – nummer vier volgt binnen onafzienbare tijd – zijn gefascineerd door het bad.

Languit in een warm zeepsopbad weken met een boekje, hapje en drankje tot je vel helemaal verrimpeld is, één van mijn favoriete bezigheden. Tot drie jaar geleden was dit mijn wekelijkse zaterdagmiddagritueel. Niemand heeft dit rustmomentje ooit verstoord. Een versleten boiler die door een te klein exemplaar vervangen werd, maakte abrupt een einde aan mijn paradijselijke tijd in het bad.
In september 2014 was stap 1 van het masterplan ‘verbouw eens een huis’ achter de rug. Waterleidingen, elektriciteit, ruwbouw met ramen en een deur … met als kers op de taart een nieuwe condensatieketel, verantwoordelijk voor een warm huis en warm, heel warm water. Eindelijk – na drie lange jaren – kon ik me opnieuw onderdompelen in een heet zeepsopbad.

De kroost is ondertussen gegroeid. Net voor nummer vier eruit floepte (letterlijk), wilde ik nog even van zoveel warmte genieten. Je raadt het al. Het bad was amper gevuld of daar verschenen ze al. Twee waterelfjes kwamen mama’s herontdekte activiteit bestuderen.

“Ooooh mama, zeepsop.”

“Mama, een krantje in het bad!!?!!”

“En je hebt santé meegebracht?!” (Toen dronk ik nog cola.)

“Mama, mogen we erbij?”

En zo geschiedde, sinds 20 september zijn de kinderen ten huize GewoonElke gefascineerd door het zeepsopbad. Bij elke gelegenheid – op logement, voor en na de voetbaltraining, in het weekend – springen ze in een, al dan niet zelf gevuld, zeepsopbad. Ook op zaterdagochtend als ze geacht worden bij te slapen na een drukke schoolweek.

Schermafbeelding 2015-03-28 om 12.34.15

Over hoe opruimen onverwachts poëtisch werd

Het einde is in zicht. De ruimtes die het langst zonder grondige inspectiebeurt bleven zijn aan een strenge opruimblik onderworpen. De orde in de chaos is hersteld.
Mijn belangrijkste bezorgdheid is de levensduur van het resultaat van deze noeste arbeid. Ik woon immers samen met een bijzondere, lieve man en de magische vier. Minstens twee leden van dit selecte clubje voelen zich bedreigd door geklasseerde papieren, gesorteerd speelgoed, een strakke scheidingslijn tussen af te wassen en afgewassen servies …

Klasseren, sorteren, verslepen van spullen … het levert langvergeten schatten op. Tussen gebruikte bladen steekt een treinbiljet dat dateert uit onze begintijd, een verloren gewaande kleurendobbelsteen is terecht. Ons lijvig familiestamboomboek krijgt eindelijk de plaats die het verdient.

De jongenskamer verliest na bijna een jaar haar status van opslagplaats. Net voor de start van ons masterplan ‘verbouw eens een huis’ sleepte mijn eigenste moeder  (dank je wel!) – een baby in productie zorgde voor gedwongen platte rust – alle boeken uit de boekenkasten die onze woonkamer de nodige wijsheid gaven naar de tweede verdieping. Mijn dierbare schatten kamperen er sindsdien in appel- en pamperdozen – stevige opbergers, een aanrader voor al wie nog wil verhuizen of verbouwen.

Door de reorganisatie van de voormalige kinderkamer verandert haar status in logeer/opbergkamer. Tijdens al dat verhuizen piep ik snel eventjes in alle dozen. De vele boeken glijden door mijn handen. Jeugdboeken, grote-mensen-boeken, boeken geschreven door nobelprijswinnaars, boeken over Afrika … In de laatste doos vind ik een van de weinige poëzieboeken die mijn boekenverzameling telt.
Met de glimlach denk ik  aan vervlogen tijden. Toen ik  ik dit fantastisch boek kocht, woonde ik in Torhout. Elke woensdagmiddag reed ik naar mijn geboortestad om de lessen voordracht aan de academie te volgen. Het was een fantastische tijd. Als vrijgezel had ik nog geen enkele verplichting. Met volle teugen genoot ik van het vrije leven. Ergens in mei stond het examen voordracht geprogrammeerd. Het werd mijn meest doorleefde optreden ooit. Ik stond toen op de planken met een gedicht van Tjitskes Jansen uit dit prachtige boek.

Geniet even mee …

11015807_816696521736051_2655749601407399966_n“De idioot op het dak

Ik vroeg de jongen op mijn werk – dat bestaat uit peperoni, melanzane en cariofi
in bakjes scheppen, kip en friet en gamba’s bakken, salades maken, enzovoort,
ik deed de koude kant vandaag en hij de warmt – of we na het werk wat gingen
drinken. Na het werk gingen we wat drinken.

Er was een jongen die de Domtoren op zijn arm had laten tatoeëren, een jongen
die Chris heette, een jongen die later weer in Groningen ging wonen,
er was een jongen die het woord wist voor de geur die hertenwijfjes afscheiden.

Diezelfde avond fietste ik, stomdronken, naar mijn ex. Even kijken of zijn fiets
er stond. Die stond er. Eén keer aanbellen. Nog één keer
Ik herinner me wat hij me over stalkers heeft verteld: die moet je negeren.
Ik wil niet dat hij me negeert. Ik bel nog een keer aan. Heel lang.

Steeds als ik denk: nu laat ik de bel los, laat ik de bel niet los. Hij doet nog steeds
niet open. Ik zoek waar ik beginnen kan met op het dak te klimmen. Een paar
daken van zijn dak vandaan is een begin. Ik begin met op het dak te klimmen.
Als ik drie daken heb gehad, ik ben er bijna,

gaat er een dakraam open. Een vrouw schreeuwt godverdomme, een mannen-
hoofd verschijnt. Ik heb nog nooit van zo dichtbij, vanuit dit perspectief
een mannenhoofd uit een dakraam zien steken. Ik zeg: Ik ben geen inbreker,
ik zeg dat ik me schaam, ik vraag of hij vroeg op moet morgen.

De man geeft me geen kans verder te klimmen. Hij blijft met zijn hoofd
uit het dakraam. Er gaat nog een dakraam open. Ik had nog nooit één
mannenhoofd van zo dichtbij uit een dakraam zien steken, laat staan twee
tegelijk. Zitten blijven! zeggen ze. Zitten blijven! Ik vraag me af of ik een
strafblad krijg.

De politie is gearriveerd. Waar is hij? Hoor ik vragen. Het is een vrouw.
Ik begeef me naar de dakrand om me te laten zien. Het is een soort optreden,
maar dan van onderaf belicht. Er is ook een hond bij. Een labrador
die op mijn ex lijkt. Die is ook blond.

Ik klim naar binnen door het dakraam van het eerste mannenhoofd. Ik sta
op een zolder. Ik zie de vrouw die godverdomme riep, ik aai de hond, ik zeg.
Sorry, sorry, sorry. Ik zeg: Ik ben geen inbreker.

Iemand vraagt me hoe ik op het dak gekomen ben. Iemand vraagt me
waarom ik dit deed. Liefdesverdriet, zeg ik. Ja, zegt een politieman,
uit liefdesverdriet kun je rare dingen doen. Hoe heet je? vraag ik hem.
Ik heet Paul, zegt hij. En waar woon je?”

Uit ‘Het moest maar eens gaan sneeuwen‘ geschreven door Tjitske Jansen uitgegeven bij Uitgeverij Podium-Amsterdam – 2003.

As we speak #1

Een blog schrijven zorgt voor iets wat – voor zover ik dit kan inschatten – op ‘runner’s high’ lijkt. Het lezen van de verhalen van andere bloggers is minstens even verslavend. Naast die 5 minuten broodnodige ontspanning, tips voor uitjes, boekensuggesties … zorgt het lezen van andere blogs voor inspiratie.
‘As we speak’ is een concept van Kelly van ‘Tales from the Crib‘. In de 8ste editie van haar rubriek lanceert ze een warme oproep aan collegabloggers om een soortgelijke post te schrijven. Zie hier mijn versie van ‘As we speak’.

  • Lezen: boeken fascineren en inspireren me al van voor ik de geheime code van ons schrift kon breken. Toen ik de betekenis van alle lussen, streepjes en bolletjes door had, ging een nieuwe wereld open.
    Honderden, wat zeg ik duizenden boeken heb ik sinds die dag gelezen. Voorlopig ontbreekt de tijd om het lijstje met gelezen boeken te laten groeien. Geen nood echter, de kinderen worden min of meer gehersenspoeld om net als mama boeken te lezen. En … dat lijkt te lukken. Over een aantal jaar kan je een mama met vier kinderen onderuit  gezakt in een of andere stoel met een boek in de hand terugvinden. Een idyllisch tafereel … Ik hou jullie op de hoogte.

IMG_4903

  • Eten: zoals hier en hier al te geschreven stond, probeer ik 40 dagen zonder vlees of vis te leven. Af en toe mag ik van mezelf zondigen. Het valt reuze mee.
    Tegelijkertijd laat ik cola staan. Het doet me goed. Ik voel me fitter en veel gezonder. 100% vegetariër ben ik er niet door geworden. Flexitariër, of semi-vegetariër zoals de een van de schrijvers op wikipedia het noemen, past beter bij mijn nieuwe eetpatroon.
    Op het internet en in tal van kookboeken zijn overheerlijke gerechtjes te vinden. Die probeer ik allemaal vol enthousiasme. Sinds gisteren explodeer ik de wereld van de vegetarische lunchen. Binnenkort laat ik je van mijn ontdekkingen meegenieten.

foto

  • Genieten van: mijn ‘vrije tijd’. Nog anderhalve week en twee weken paasvakantie als extraatje! Nog zolang voor ik weer aan de slag moet. De tijd die ik dankzij het opnemen van ouderschapsverlof ‘gekocht’ heb, is zijn geld meer dan waard. Geen ochtendrushes, tijd om onze baby te laten bloeien en groeien zonder extra stress, een relatief rustig avondspits en als surplus tijd, veel tijd om tijdens het weekend leuke activiteiten te doen. Straks zal het allemaal drukker worden, sneller moeten, maar eerst nog even vollen bak genieten van mijn tijd.
  • Mij aan het verdiepen in : de mogelijkheden van het ouderschapsverlof. Iets minder stress en wat meer tijd voor de kinderen en mezelf lijken mij twee fantastische doelstellingen voor het volgende schooljaar – net als alle onderwijsmensen denk ik in schooljaren en niet in kalenderjaren. Minder aanwezig zijn op de werkvloer heeft zo zijn gevolgen. Rekenen, prioriteiten afwegen, nadenken over mogelijk wijzigingen in de organisatie van ons huishouden … En dan hopelijk binnen X aantal dagen de beste compromis vinden.

IMG_5547

  • Reorganiseren: de economische betekenis van het woord is gruwelijk. Reorganiseren in je huis is dat gelukkig niet. Sinds de microbe van de lentekriebels hier toesloeg, zijn de ramen van de benedenverdieping gelapt, is de kamer van de meisjes opnieuw ingericht en hebben alle keukenspullen en aanverwanten een nieuw plekje gekregen. En Je zou het bijna niet geloven, maar een mens kan daar zo content van worden. Alles heeft een nieuw plekje, alle rommel is verdwenen. Er is alleen nog orde, een compleet zengevoel.
    Staan nog op het programma: de bureau, de logeerkamer, de woonkamer, de badkamer, de jongenskamer en de ramen op de tweede verdieping.

Over de zwemles

Nog niet zo heel lang geleden, toen de kleine, grote jongen nog niet zo groot was, rende onze zoon zonder veel zorgen de zee in. Zijn korte beentjes konden hem amper dragen. Dit belette hem echter niet om zich vol overgave in het zoute water te storten. Nu kan ik wel iets wat op zwemmen lijkt, maar een kleintje uit de aanstormende golven plukken en veilig naar het land terug loodsen is toch een ander paar mouwen. Leren zwemmen was, naast het waarschuwen, achterna rennen en net niet aan de strandstoel vastbinden, een uitstekende preventiemaatregel.

In ons plaatselijk zwembad organiseert de gezinsbond watergewenning en zwemlessen. Ideaal voor onze kinderen, dacht en denk ik. Dus mag ik sinds twee jaar  elke zaterdagavond vanachter glas mijn zwemmende en spartelende kinderen gadeslaan. In kleine groepjes van vijf kinderen leren ze zich als een vis in het water voelen.

De oudste leert zwemmen en de tweede mag spartelend in het kleuterbadje aan het water wennen. De derde staat al te popelen om volgend jaar in september in het bad te springen. En de kleinste mag nog een jaartje of twee van de exclusieve tijd met papa genieten.

Dit half uurtje zwemmen is mijn babbeluurtje, aldus de zoon. De kinderen van een vriendin spartelen gezellig mee met de onze. Zo komt het dat ik elke zaterdagavond tussen 18 u en 18 u 30 aan de rand van het zwembad een halfuurtje me-time heb!

Over lentekriebels en opruimen

Ons huis is er eentje met kinderen. Als je ze niet hoort lachen, gillen, huilen, gibberen of gek doen, dan struikel je wel over een stuk verloren speelgoed. In de hal staan drie emmers met schoenen (de kleinste gaat nog schoenloos door het leven). De vestiaire in opbouw heeft een kapstok op kindermaat. Aan de tafel staat een kinderstoel. En zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Uit alles blijkt dat hier jonge kinderen wonen.

De hoeveelheid rommel die deze kleine mensjes maken is onvoorstelbaar. Zo heel af en toe kan ik het niet langer aanzien. En dan plan ik een grote opruimactie van de speelhoek. Alle spullen worden uit alle mogelijke bakken in de woonkamer uitgekieperd. Wat volgt, is een efficiënte triage. Ik lijk wel een spoedarts na een zware crash. Een kartonnen doos wordt met stukgescheurde en verfrommelde papieren gevuld. Beduimelde kleurboekjes worden zonder medelijden naar diezelfde doos verbannen. Het speelgoed dat stuk is, mag in de vuilniszak of naar het containerpark. Omdat kinderen nu eenmaal groot worden en andere interesse krijgen, verdwijnen er altijd spullen naar de kelder of de bureau. Hier pas ik hetzelfde principe als dat voor mijn eigen kleerkast toe. Alle speelgoedjes die daar een jaar later nog staan en vergeten zijn, kunnen naar de kringloopwinkel. Alles wat niet in de vorige drie dozen of zakken verdwijnt, mag in de gelabelde bakken (poppen, servies, doktertje, baby, knutselspullen … ) terug de speelgoedhoek in.

Een van mijn gulden regels bij mijn opruimplannen is de absolute afwezigheid van kinderen. Alle zorgvuldig gesorteerde speelgoed keert gegarandeerd in zijn voetsporen terug. Mijn kinderen houden niet van weggooien. Less is more behoort nog niet tot hun standaardwaarden (er wordt aan gewerkt).

Alleen is dit keer alles anders. Mijn opruimkriebels die in de lente steevast hardnekkiger zijn dan in de zomer komen tot volle wasdom net die dag dat de kinderen een dagje vrij hebben. Er zat niets anders op dan mijn guitig drietal de beginselen van een opgeruimde speelhoek bij te brengen.

De start van het actieplan ‘een opgeruimde speelhoek’ belooft alvast veel goed. Het uitgooien van het speelgoed is niets meer dan een leuk spelletje. Het weggooien van kapotte speeltjes gebeurt met de glimlacht. De moeilijkste fase is zonder twijfel het goedgekeurde speelgoed in de goede bakken krijgen. Na een uur doorwerken met duidelijke richtlijnen van mama is het lenteklusje achter de rug.

foto 2-3

foto 1-3

Rozengeur en maneschijn …  Dat heb je gedacht. Een van onze huisgenoten ruimde onlangs de puzzels op. Het systeem van elke puzzel heeft zijn eigen zakje was niet helemaal duidelijk. Alle puzzels werden zonder zakje in de puzzelbak gegooid.  Het is een hels karwei

om alle puzzelstukken opnieuw op de juiste plaats te krijgen. Het zweet breekt mij uit. Ik zie mezelf al avond na avond aan de rand van de puzzelmat op zoek naar het juiste puzzelstukje. Puzzelen vind ik verschrikkelijk. Bovendien moet ik puzzelen zonder voorbeeldprentje. Die werden bij een eerder opruimactie gesupprimeerd. En dan komt de oplossing.

‘Mama, ik zorg wel voor de puzzels. Ik kan dat goed.’
Aan het woord, mijn fantastische zoon. Hij vindt puzzelen geweldig. Puzzelstukjes lijken met hem te spreken. Hij kijkt ernaar en legt ze zonder verpinken op de juiste plaats.
En zo komt het dat mijn 6-jarige zoon na het maken van zijn huiswerk en na het voetballen (zijn absolute topactiviteit) aan zijn puzzelmatje zit te werken. Volgens zijn planning eindigt zijn huzarenstukje zaterdagmiddag. Hij is zonder enige twijfel de puzzelheld van de week!!

foto 4

Mijn gulden regel die zegt dat opruimen met kinderen niet zo’n fantastisch plan is, verban ik bij deze naar het rijk der zinloze regels.
Opruimen met kinderen, zelfs met echte sloddervossen, is helemaal geen onbegonnen, hels, langdurig, saai karwei.

Een mijmering op een verjaardag

Morgen wordt onze oudste dochter zowaar vijf jaar. VIJF jaar al! Wat gaat de tijd snel!
Ons ieniemienie meisje is al een grote meid. Een of andere goede fee is langsgekomen en heeft het friemeltje in een heuse prinses met bijhorende diva-allures omgetoverd.

IMG_1803IMG_4518

In die vijf jaar is zoveel veranderd. We verhuisden vanuit een tweekamerflat in het hoofdstedelijk gewest naar een rijhuis met drie slaapkamers in een naburige deelgemeente van een provinciestad.
Het aantal kinderen verdubbelde. Het aantal meisjes verdrievoudigde, tot grote teleurstelling van onze oudste en enige zoon.
Ons rijhuis werd stilaan te klein. Twee jaar geleden beslisten we daar iets aan te doen. Ondertussen telt ons huis vijf kamers, een badkamer in opbouw, een woonkamer klaar voor een nieuwe vloer, een grote onafgewerkte leefkeuken, een fietsenberging en een echte hal. Vroeger viel je letterlijk met de deur in huis. Nu is er een echte wandelgang tussen de straat en onze leefruimtes. Het verbouwingsverhaal volgt later.

De crèche uit de grote stad werd geruild voor een crèche achter om de hoek. Op 29 augustus van dit schooljaar sloten we voor het laatst die deur. Onze voormalige kleinste huppeldepup startte in de onthaalklas. De andere dochter mocht naar de tweede kleuterklas en onze oudste maakte de overstap naar het eerste leerjaar.
De crèchedeur zal binnenkort ook weer voor ons opengaan. Dan zet de jongste haar eerste stappen in de grote boze wereld zonder mama.

Vijf jaar, het is heel wat. Onze prinses van de vrede, dat is de betekenis van haar naam, is een vrolijke kleuter die enthousiast in het leven staat. Ze kan ontzettend boos worden, heeft soms echte diva-manieren – ze heeft op extreme diva-dagen een volledig uur nodig om zich gewoon maar aan te kleden – en is soms onvoorstelbaar lui. Maar bovenal is het een lieve meid die de wereld met plezier wil omarmen, die op ontdekkingstocht wil gaan, die haar leven vol plezier met haar vriendjes en vriendinnetjes wil delen.

Vijf jaar al danst onze meisje haar eigen prachtige voorstelling. We zijn helemaal klaar voor het vervolg van dit eigengereide, elegante, prachtige ballet van onze oudste dochter. Gelukkige verjaardag, meisje!