Ode aan het dutje

Vorig week las ik het in de Libelle. Dutjes zijn hot en vooral nuttig. Een powernap van 20 minuten zorgt ervoor dat je weer helemaal bij de pinken bent. En laat een dutje nu niet één van mijn specialiteiten zijn.

Mijn dutjesgeschiedenis is behoorlijk uitgebreid. Meer dan tien jaar geleden werkte en studeerde ik tegelijkertijd. Dit betekende dat ik na een vermoeiende dag voor de klas op de trein sprong om anderhalf uur later aan de VUB nog eens twee uur les te volgen. Uiteraard moest ik na de les anderhalf uur terug. Na een week van twee à drie lessen na een dagje lesgeven was ik tegen het einde van de week behoorlijk moe. Op zaterdag en zondag gaf ik mij kort na het middageten steevast over aan de slaap. Die 20 minuten liepen vaak uit tot 90 minuten. Ooit had ik eens gelezen dat je als je langer dan de powertime slaapt je best 90 of 180 of … in dromenland blijft. Na vier jaar studeren was ik een professioneler powernap-taker.

Net na mijn afstuderen werd mijn allereerste kindje geboren. Je raadt het al: baby’s staan niet bekend om hun geweldig slaapvermogen. Onze kinderen volgende elkaar relatief snel op. En geen van de vier had het slaaptalent van de mama geërfd. De dutjes bleven noodzakelijk om het einde van de week te halen.

Zelfs nu de jongste 3 is, slaap ik nooit een volledig nacht aan één stuk. Ons kleine meisje is kampioen in het verstoren van mijn nachtrust. Als het even kan, doe ik me nog steeds aan een dutje of twee per week te goed. Heel soms krijgen de kids daardoor zelfs extra tv-tijd terwijl ik in de zetel wat lig te suffen. Heel erg vinden ze dit niet.

Misschien een ideetje bij een eventuele herschikking van onze lerarenkamer; naast een werk-vergader-en ontspanningsruimte een heerlijk plekje voor een powernap. Een paar knusse zeteltjes, een rustig muziekje, een donkere ruimte … Meer vraag ik niet 😉

Tot gauw.

Veel liefs.

GewoonElke

Advertenties

Sssttt … ze slapen

Of hoe het kan verkeren.

Slapen is voor onze kinderen noodzakelijk kwaad. Ze laten slapen is een zware klus. Alleen onze tweede toont licht afwijkend gedrag. Geregeld is zij de enige die in dromenland ronddwaalt, terwijl de rest nog heel erg wakker is.

Als baby’tjes slapen ze veel minder dan de voorgeschreven 16 uur per dag. De wereld rondom hen is veel interessanter. Begrijpelijk als je in een gezin terechtkomt waar altijd wel iets te beleven valt.

Eens ze de peuterleeftijd bereiken, zijn we er helemaal aan voor de moeite. Hun middagslaapje in de crèche volstaat ruimschoots om elke avond een feestje te bouwen. In die dagen valt de peuter van dat moment pas tegen uur of tien in slaap om de volgende ochtend redelijk fris aan het ontbijt te verschijnen.

De kleuterleeftijd brengt enig soelaas. De schooldag is dermate uitputtend dat ze tegen een uur of zeven helemaal van de wereld zijn. Helaas blijkt dit tot nog toe van bijzonder korte duur. Halverwege de eerste kleuterklas vinden ze zeven uur belachelijk vroeg. Zeker in de zomertijden gebruiken ze hun bed voor het betere gymnastiekwerk. Vanaf het moment dat ze hier kunnen lezen (of denken dat ze het kunnen  ;-)) verdwijnen ze met hun neus in de boeken. Ook als het al uren bedtijd is.

Horendol word ik er soms van. Slapen vind ik een van de meest onderschatte activiteiten. Een frisse kop na een verkwikkende nachtrust in een heerlijk bed doet wonderen. Helaas, onze kinderen hebben dit stadium van slaapwijsheid nog niet bereikt. Laat ons hopen dat ze een dezer eindelijk het licht zien en zich vol overgave in de armen van de slaap storten tot meerdere glorie van een uitgeruste moeder en vader.

Slaapwel.

Veel liefs.

GewoonElke

Het niet-inslaap-gen

Met haar warme handje onder mijn trui valt ze eindelijk in slaap. Het duurt altijd even voor onze jongste naar dromenland vertrekt. Gezongen, gestreeld, gevloekt, geweend, geroepen (pedagogisch verantwoord, ik weet het) … alles heb ik geprobeerd. Helaas, het wil niet in haar kleine hersentjes doordringen dat slapen noodzakelijk is. Nog even en dan is deze strijd voorbij. Dat verwacht ik tenminste.

Van de vier kinderen is geen enkel gezegende met het inslaap-gen. Uitslapen vinden ze best oké, vooral op schooldagen ;-). Slapen als je in bed ligt, is een principe dat moeilijker ingang vindt. Tijdens hun baby- en peuterjaren was/is het naar bed brengen van onze vier gasten een uitdaging.  Ze veranderen in drukke aapjes die het liefst uit hun bed klimmen, liedjes zingen en een heuse dansvoorstelling geven. Eens ze de schoolgerechtigde leeftijd bereiken, zijn ze na een drukke schooldag compleet versleten. Rond een uur of zeven vallen ze in slaap om pas de volgende ochtend na wat aandringen wakker te worden.

Het niet hebben van het inslaap-gen manifesteert zich opnieuw eens ze de leeftijd van vier jaar bereikt hebben. Na wat oefenen lukt het weer om op een aanvaardbaar tijdstip in slaap te vallen. Een nieuwe opflakkering worden we gewaar bij de verandering van het uur.  Om maar te zeggen dat slapen hier een serieus issue is dat voor heel wat frustraties heeft gezorgd.

Nog twee dagen crèche met middagdut en dan is het hopelijk voorbij. Dan heb ik mijn avond weer terug. Het bedwaken kan dan (ik duim) vervangen worden door andere (al dan niet nuttigere) activiteiten.

Tot morgen.

Veel liefs.

Elke

 

Het kleine zieke kind

Mijn laatste werkdag voor die welverdiende vakantie was er eentje om snel te vergeten. In plaats van het verleden aan de toekomst over te brengen, bracht ik de dag door in de zetel. Tegen mij plakte het gloeiend hete lijfje van onze dochter van vijf. Het kind kon amper eten binnenkrijgen en binnenhouden. Die nacht had ze haar lijfje helemaal leeggekotst. Ook dat mini-beetje melk kwam er sneller uit dan het erin ging. Net nu er wel drie verjaardagsfeestjes op twee dagen in de 2de kleuterklas op het programma stonden. 

Drie dagen heeft ze geslapen en pas nu komen haar kattenstreken weer naar boven. Al deed ze net voor het slapengaan nog even zielig. Het theater leverde haar een extra nachtje bij mama in bed op. Er is toch plaats genoeg, zo zonder papa.

Veel liefs.

Tot gauw.

GewoonElke

Back in town

Hier ben ik weer.

De blogvakantie zit erop.

Springlevend, helemaal nieuw, uitgerust …

Of toch niet helemaal?!

De onderbroken nachten van de voorbije jaren eisen hun tol. Wat verlang ik naar de dag – of liever de nacht – waarop iedereen doorslaapt. Want hoe je het ook bekijkt; slaapgebrek is nefast voor zwart alles waaraan ik met mijn mistige hoofd kan denken. Hoog tijd om daar iets aan te doen!

Onze peuter (de oorzaak van het huidige chronische slaapgebrek) wegdoen is geen optie (geen paniek, we houden zielsveel van alle kinderen. Ook van diegene die het niet zo nauw neemt met het heilige principe dat voldoende slaap het begin van een evenwichtig leven is.) Mama een week naar een andere kamer verbannen is een beter plan. De peuter slaapt nog even bij ons in het kader van het masterplan-verbouw-eens-een-huis en ook wel omdat onze kleintjes tot een jaar of twee bij ons op de kamer slapen.

Ik beslis in één adem dat ons kleintje het vanaf nu ook zonder moedermelk zal moeten doen. Alle WHO-richtlijnen ten spijt heb ik voor mezelf uitgemaakt dat de melkkraan onherroepelijk sluit. Ruim 18 maanden heeft de jongste overheerlijke, zelfgeproduceerde melk gekregen. Het zal wennen zijn, zowel voor haar als voor mij. Het geven van dit godendrankje is een bewuste keuze geweest. Het stoppen met borstvoeding is dit ook.

Het is een heerlijke tijd geweest Knusjes samen, alleen wij twee. De laatste maand is het voor mij een beetje te veel geworden. De nachtrust was gereduceerd tot slechts enkele uurtjes. Het gefriemel en de zoektocht naar de melkkraan was een fulltime peuternachtjob geworden. En zo is 2 april de dag waarop de laatste borstvoedingsfase van mijn leven begint; het afbouwen.

Diezelfde dag reserveer ik voor mezelf. Een uitje in de bezette stad in aangenaam gezelschap, een nachtje in de tofste stad van Vlaanderen in alweer fijn gezelschap. De ideale manier om de platte batterij op te laden en de peuter te laten wennen aan slapen (al kan dat laatste een illusie zijn, natuurlijk).

Ik ben er weer helemaal klaar voor, of bijna toch …

Tot gauw.

GewoonElke