La douce France

Onze papa die had een grote voorliefde voor Duitsland. Hij had het steeds over hun gemoedelijkheid, hun efficiëntie. Hij hield van de Duitse Autobahn en de verschrikkelijke hoempamuziek. Hun wouden, riviertjes, natuur… hij raakte er niet over uitgepraat.

Ik deelde deze liefde helemaal niet. De charme van het woud ontging me. De Duitse taal vond ik verschrikkelijk klinken. Als tiener droomde ik van een coole vakantie in het land van de Franken.

Het waren de boeken van Thea Beckman die mij overtuigden. In haar trilogie over de 100-jarige oorlog beschrijft ze in het eerste boek Geef me de ruimte hoe Marije wegvlucht uit het drukke Vlaanderen en haar toevlucht zoekt in het prachtige Frankrijk. Ook in de twee andere delen lees je over het wonderschone land. Alleen een ijskoningin blijft hiervoor immuun.

Na 16 lange jaren vond papa het eindelijk oké om la douce France te bezoeken. Dat was mijn laatste reis met het gezin. Het jaar daarna werd ik gered door mijn babysitfamilie, want ook in Frankrijk zijn er afgelegen boerderijen en kilometerslange wandelpaden in uitgestrekte wouden. Mijn geloof in de schoonheid van Frankrijk bleef overeind. En nu ik zelf kinderen heb, neem ik ze me naar dit wonderschone land. En elke keer ik de grens overrijd, voel ik die schoonheid en denk ik terug aan het verhaal van Marije uit Brugge.

Veel liefs

Tot gauw

GewoonElke

Advertenties

Gemis

Op 22 juni hield het leven op. Die stoere, lieve, slimme, sportieve, hardwerkende man die wij papa noemden was niet meer. 

Hoe vreemd het ook klinkt, die 22ste juni barst van de mooie herinneringen. Wij, met zijn vieren en nonkel C. in het salonnetje van de palliatieve. Met z’n allen punten uitrekenen. Geen gejakker, geloop of gehaast. Alleen rust, stilte en elkaar. 

Er viel een zware last van onze schouders. Het zorgen, wachten op het onvermijdelijke, het voortdurend alert zijn, het afscheid nemen dat al drie jaar duurde, was voorbij.

Wat volgde was een dolle, vreemde, maar vooral letterlijk en figuurlijk warme week. We werden omringd door zoveel vrienden en we hadden (en hebben nog altijd) elkaar.

De leegte kwam pas later. Het definitieve besef nog veel later. Toen onze eerstgeboren, een jongen, zich aan de wereld liet zien werd het gemis even ondraaglijk. Hoe moest het nu verder? Hoe moest ik dat lieve kleine jongetje zonder opa laten opgroeien?

Ondertussen is alles in zijn plooi gevallen. Het gemis is nooit helemaal verdwenen. En op dagen als vandaag doet het extra pijn. De enige remedie is het leven met nog meer goesting te leven en te genieten van elke nieuwe dag. En dat is precies wat ik vandaag ga doen!

Tot gauw.

Veel liefs.

GewoonElke

Warmte voor allen, allen voor warmte #2

 

De warmste week van het jaar is gearriveerd. In ons huis staat een ietwat scheve kerstboom met daaronder een stapel pakjes. Op de kast staat onze kerststal. De kinderen tellen af tot het kerstfeest. Nog vier keer slapen …

Het zijn vooral die pakjes die hen interesseren. Wie wat krijgt, is het gesprek nummer 1 tijdens het avondmaal. Ze kijken uit naar de logeerpartij bij oma. Zoals de traditie het wil, komen de drie dochters bij de madre om samen met de kinderen en de niet-werkende mannen kerst te vieren. De twee families die uit het binnenland komen, blijven gezellig slapen.

Onze kersttradities veranderden in de loop der jaren. Al van toen we klein waren, aten we op kerstavond wafels, speelden we spelletjes, openden we rond een uur of tien (nadat ik minstens 10x gevraagd had om de pakjes te mogen openen – dat hoorde ook bij de traditie) de cadeautjes. Heel lang geleden trokken we in het holst van de nacht naar de middernachtmis. Soms in de hoedanigheid van herder of engel. Een paar keer transformeerde onze pop voor eventjes in het heilige kind. Op kerstdag deden we ons steevast te goed aan een zelfgemaakt godenmaal.

Vijftien jaar geleden vierden we kerst voor het eerst zonder onze papa. Een beetje onwennig, dat wel. Maar de kersttradities bleven bestaan. Al was de middernachtmis ergens halverwege al gesneuveld.

Ons gezelschap wisselde qua samenstelling. Maintje (onze oma) schoof tot 8 jaar geleden aan het feestdis aan, net als haar ‘vriendje’. Een liefje viel af en werd een paar jaar later door een ander vervangen. Het kindergeweld arriveerde in etappes en groeide uit tot 8 stoere, enthousiaste, lieve exemplaren

Door de internationalisering van het gezelschap werd het bijzonder moeilijk om strategische gezelschapsspelletjes te spelen. De taal speelde ons parten. Toen er ook kinderen ten tonele verschenen, werd het spelen van spelletjes haast onmogelijk. Hun menselijke behoeften (verse luiers, borstvoeding, flesjes, extra knuffels, gezellige bedconversaties …) eisten de overwinning.

Het kerstgebeuren transformeerde in een Nero-waardige wafelenbak gevolgd door  zetelhangen bij een melige kerstfilm. De cadeautjes bleven trouw op post, net als het lief van onze ondertussen overleden oma. Zus 2 zorgde steevast voor de bijhorende muziek (tot ergernis van haar geliefde).

Dit jaar gaan we voor een revolutionaire aanpak. De wafels worden uit het assortiment gegooid en vervangen door een ‘sjieke’ diner. De kinderen krijgen frietjes met kip. Wij gaan voor het feestmenu van Foodbag. Donderdag worden de grondstoffen geleverd. De chef van dienst is de schoonbroer die niet moet werken. Op kerstdag zelf serveren we een goddelijke, ambachtelijke, coole brunch. Als dessertje lopen we op het strand van Oostende. Haar los in de wind. Kerstmis anno 2016 belooft een fijne kerst te worden. Ik kijk er alvast naar uit.

De groene man ;-)

Gisterenmiddag was het eindelijk zover. De man ook wel papa genoemd, was na een maandje Denemarken weer helemaal into family ‘GewoonElke’. Dit keer voor heel lang, denkt ons middelste meisje. Eerst zien en dan geloven …
Zijn verblijf in het ‘hogere’ noorden heeft hem duidelijk goed gedaan. Hij zit wat beter in het vlees, heeft heel veel kunnen schrijven aan ‘zijn boek’ (tja, hoe leg je anders aan de kinderen uit dat hij daar aan z’n doctoraat werkte) en last but not least: hij heeft er zowaar een ecologischer wereldbeeld aan over gehouden.
De fietsende, groentenetende, goed georganiseerde Denen hebben duidelijk zijn hart veroverd. Hij blijft zich verbazen over de volgens hem ‘betere’ wereld. Toch wel fijn dat al dat gezeur over gezonde groentjes, het nemen van het openbaar vervoer of de fiets, het uitdoven van lichten, het sluiten van deuren, het dragen van een dikkere tuin in de winter, het nadenken over een gezondere, milieubewustere wereld niet langer in dovemansoren zal vallen.
In april gaat hij nog eens terug. Dan kan hij zijn groene skills verder ontwikkelen. Het komt nog helemaal goed.

Veel liefs.

Tot gauw.

GewoonELke

Over mijn papa

22 juni 2001 Het is heet. De zon staat hoog aan de hemel. De zomer is gearriveerd. Net op tijd om het einde van de examens te vieren. In de lerarenkamer heerst de gebruikelijke einde-van-het-schooljaar-bedrijvigheid. In een ijltempo worden de laatste examens verbeterd. Nog even doorbijten … … tot de wereld stopt met draaien. Een ander einde nadert aan een hartverscheurend tempo. Drie uur na het telefoontje met de vele stiltes blaast hij zijn laatste adem uit. Mijn papa wisselt het tijdelijke met het eeuwige. Hij vertrekt voorgoed naar de eeuwige jachtvelden.  Eind mei 1998 Het eerste jaar aan de ReNo loopt op zijn laatste benen. De blokperiode is net begonnen. Over een viertal weken zit het eerste jaar regentaat erop. De zomer belooft er eentje met een lintje te worden … … tot de donderslag bij heldere hemel komt. Mijn papa is ziek. Zijn spieren sterven af door het falen van zijn ruggenmerg. Hij zal langzaam aftakelen om uiteindelijk als een plant te sterven. Het is een gruwelijke, ongelijke strijd, op voorhand verloren. ALS heet het monster.   22 juni 2015 14 jaar geleden. Zolang is hij, mijn papa, voorgoed verdwenen. Het went dat hij er niet meer is. Hij heeft me nog zien afstuderen. Tijdens mijn eerste stappen op het werkveld was hij er nog. De man heeft hij nooit gekend. De magische vier zijn pas na zijn dood geboren. Mijn masterdiploma geschiedenis heeft hij niet meer meegemaakt. Minstens twee keer per week vraag ik me af

  • of hij het fijn zou vinden om met de man in zijn typisch West-Vlaams Frans te praten.
  • Of hij aan de zijlijn van het voetbalveld zou staan juichen voor mijn voetbalgekke zoon.
  • Of hij het oudste meisje zou leren fietsen.
  • Of hij het derde kind verhaaltjes over Plons, de gekke kikker zou vertellen.
  • Of hij onze baby in slaap zou wiegen.
  • Of hij uren met mij zou discussiëren over onze passie: het verleden.
  • Of hij zich thuis zou voelen in ons huisje, in ons gezin.
  • Of hij trots zou zijn op zijn kroost en hun aanhang.

Diep vanbinnen ken ik het antwoord, alleen zou ik het zo graag één keer van hem horen. Van mijn papa.